Personages beschrijven

Hoe beschrijf je een personage?


Een verhaal draait om de personages. Zonder personages wordt een boek wel erg saai. Je kunt ze haten of met ze meevoelen. Je leert een personage heel goed kennen, maar het kan moeilijk zijn om hem of haar goed te beschrijven. Wij geven je tips! 

stap 1

 

Maak een personenschema. Op de foto is een personenschema van het boek Sonny Boy gemaakt.

 

Hoofdpersoon: een hoofdpersoon wordt ook wel een protagonist genoemd. De hoofdpersoon (of hoofdpersonen) speelt de grootste rol in het verhaal.

 

Nevenfiguur: een nevenfiguur wordt ook wel een antagonist genoemd. De nevenfiguren zijn de tegenspelers van de hoofdpersoon. Hij of zij speelt een belangrijke rol in het leven van de hoofdpersoon. 

 

Bijfiguur: dit personage speelt nauwelijks tot geen rol in het leven van de hoofdpersoon. Het kan een ober zijn die een paar keer het eten komt brengen. 

Klik om te vergroten!
Klik om te vergroten!

stap 2

Je weet nu wie de hoofdpersonen en wie de nevenfiguren zijn. Maak een mindmap over de karaktereigenschappen van de hoofdpersoon. Op de foto is een mindmap over de karaktereigenschappen van de hoofdpersonen van Sonny Boy gemaakt. 

 

Hoe bepaal je welke karaktereigenschappen de hoofdpersonen van jouw boek hebben? 
1. Wat viel jou op aan de hoofdpersonen in het boek? Schrijf op. Was de hoofdpersoon vaak verdrietig, boos of erg enthousiast? 

2. Let op uiterlijke kenmerken, zoals: kleding, lichamelijke kenmerken, gedrag. 
3. Let op innerlijke kenmerken, zoals: gedachten, stemmingen, dromen. 

4. In welke ruimtes speelt het verhaal zich af? In welke ruimtes voelt de hoofdpersoon zich goed en in welke minder goed?

 

Klik om te vergroten!
Klik om te vergroten!

stap 3

Je hebt nu de juiste karaktereigenschappen aan de juiste personen gekoppeld. De mindmap en het personenschema geven je een goed overzicht. Typ nu in verhaalvorm jouw beschrijving van de personages. 

 

Tip: Geef altijd goed aan hoe je aan een karaktereigenschap bent gekomen! Dit kan je doen door voorbeelden te geven. Hier kan je de punten van stap 2 heel goed bij gebruiken! 

 

Succes!