Boekbespreking


Tijdens de lessen Nederlands komen ze vaak voorbij: de boekbesprekingen. Voor de klas staan en wat over je boek vertellen kan heel spannend zijn! Een goede voorbereiding kan je al een heel eind op weg helpen.

 

Hier kan je lezen hoe je de boekbespreking het beste kan voorbereiden! Uitgeverij De Fontein zette op een rijtje waar je aan moet denken als je de boekbespreking gaat voorbereiden! 

Bekijk hier de pagina van uitgeverij De Fontein!

– Wat is de titel van het boek?
Begin met de titel van het boek. Als je de titel leest, weet je dan meteen waar het boek over gaat? Of werd je op het verkeerde been gezet? Waarom denk jij dat voor deze titel is gekozen?

Er is meer te zien dan alleen de titel. Kun je aan het omslag al zien wat voor boek dit is?

– Wie is de schrijver (auteur)?
Vertel kort iets over de schrijver van jouw boek. Op onze website vind je korte biografieën van alle schrijvers van De Fontein Jeugd. Daar kun je ook zien welke boeken de auteur nog meer geschreven heeft.

Jeff Kinney, auteur Het leven van een loser
Jeff Kinney, auteur Het leven van een loser

– Wie is de illustrator?
Een boek heeft niet altijd een illustrator, maar als er een illustrator is heeft die een heel belangrijke taak. De illustrator maakt vaak het allereerste wat jij van een boek ziet: de tekening op de voorkant van het boek. Soms staan er ook illustraties in het boek, en zorgt de illustrator ervoor dat jij niet alleen leest wat er gebeurt, maar het ook ziet.

Soms heeft een boek alleen een illustrator, en geen schrijver. Dan is de illustrator de auteur, de maker van het boek. Het boek heet dan een prentenboek.

– Door welke uitgeverij is het uitgegeven?
Je kunt ook iets vertellen over de uitgeverij die het boek heeft uitgegeven. 

– Wanneer is het boek verschenen?
Soms is een boek al lang geleden verschenen, en soms is het net nieuw. De boeken van Roald Dahl zijn in de vorige eeuw voor het eerst verschenen. De boeken van Loes Riphagen zijn nog niet zo heel oud.

Voor in elk boek staat het colofon. Daar vind je in welk jaar het boek voor het eerst verscheen.


– Is het boek vertaald?
In het colofon vind je ook of een boek vertaald is. Dan staat er een oorspronkelijke titel in. Bijvoorbeeld Diary of a Wimpy Kid, de Amerikaanse titel van Het leven van een Loser. In het colofon vind je ook de naam van de vertaler van het boek.

Kun jij erachter komen in welke taal het boek oorspronkelijk is geschreven? En is het boek ook in andere landen vertaald?

– Wat is het genre van het boek?
Genre is een duur woord voor soort. Je hebt veel verschillende soorten boeken. Grappige boeken, verdrietige boeken of spannende boeken. Boeken met illustraties, en boeken zonder illustraties. Waargebeurde boeken (non-fictie) of verzonnen verhalen (fictie).

– Wanneer speelt het verhaal zich af?
Speelt het verhaal zich nu af, heel lang geleden of in de toekomst? Waar merk je dat aan? Geef je klasgenoten een voorbeeld.

– Waar speelt het verhaal zich af?
In Nederland of helemaal in Amerika? Op school of misschien wel op een onbewoond eiland?

– Waar gaat het boek over?
Vertel waar het boek over gaat. Wie is de hoofdpersoon in het boek? En wat is de belangrijkste gebeurtenis?

Je kunt het hele verhaal vertellen, maar misschien is het leuk om het einde niet te verklappen. Dan worden je klasgenoten nieuwsgierig, en willen ze het boek misschien ook lezen.

– Is het boek onderdeel van een serie?
Een boek is vaak een afgerond verhaal, maar soms kun je verder lezen in een volgend boek. Is dat bij jouw boek het geval? Hoe heet de serie? Welk deel is het boek dat je bespreekt? En welke boeken zitten er nog meer in die serie?

Heb jij alle boeken in de serie al gelezen?

– Wat vond je van het boek?
Vond je het een leuk boek om te lezen, of viel het boek tegen? Waarom? Vond je het spannend, grappig, verdrietig, of misschien gewoon saai? En wat vond je van de illustraties?

Zou je het boek aanraden aan je klasgenoten?

– Fragment
Je kunt je boekbespreking eindigen met het voorlezen van een kort fragment uit het boek. Bijvoorbeeld jouw favoriete grapje uit het boek. Of juist een heel spannend stukje om je klasgenoten nieuwsgierig te maken! Maak het niet te lang, en oefen thuis het fragment een keer hardop.

Tips!


Gemaakt in Paint!
Gemaakt in Paint!

 

 

 

 

 

 

 

Laat dingen zien die bij je boek horen! 
Het boek dat je gaat bespreken neem je natuurlijk mee naar school. Maar misschien is het leuk om meer te laten zien dan alleen je boek. Kun je een foto van de schrijver en illustrator vinden? Maak een print zodat je klasgenoten ook kunnen zien hoe hij of zij eruit ziet.

Laat zien hoe het boek er in andere landen is verschenen! 
Als het boek is verschenen in andere landen, kun je laten zien hoe het boek er daar uitziet. Tip: googel op de oorspronkelijke titel van het boek. Die vind je in het colofon voor in het boek. Vind je het omslag van het Nederlandse boek leuker of minder leuk?

Is het boek verfilmd? Laat de trailer zien! 
Soms is er een korte film gemaakt over het boek, een trailer. Of misschien vind je een filmpje van of over de schrijver of illustrator. Leuk voor op het digibord.