Stap voor stap differentiëren


Als docent wil je graag inspelen op het niveau van de leerlingen. Hoe breng je de verschillende niveaus in kaart en hoe laat je de leerlingen uiteindelijk op hun eigen niveau lezen?

 

Beginnen bij het begin 
Beginnen met differentiëren kan erg lastig zijn. De onderstaande stappen helpen bij het starten met differentiëren. 

Stap 1: niveau bepalen


Voordat je kan bepalen welk niveau de leerlingen hebben, is het van belang dat je weet wat de leerlingen op dit moment (zouden) moeten kunnen en naar welk doel ze toewerken.

 

Referentieniveaus
Om te waarborgen dat alle leerlingen op het juiste niveau leskrijgen zijn er in 2010 vier niveaus wettelijk vastgelegd. Deze doorlopende leerlijnen bepalen welk niveau een leerling moet hebben wanneer hij/zij de basisschool verlaat en welk niveau de leerling moet hebben als hij/zij een

diploma wil halen. Deze niveaus heten referentieniveaus. Samen leveren ze doorlopende leerlijnen taal op.

Individueel niveau
Nadat de docent heeft bepaald aan welke doelen er gewerkt moeten worden tijdens de lessen fictie. Kan de docent informatie verzamelen van de leerlingen. Dit kan door observatie en door de leerlingen zelf vragen te laten beantwoorden.

 

Op deze site zijn twee vragenlijsten beschikbaar:

  1. een vragenlijst over de persoonlijke voorkeuren van de leerlingen tijdens het lezen.
  2. een vragenlijst die inzicht geeft over het niveau van de leerlingen. Deze vragenlijst is ingericht op het niveau 2F. De gegevens van deze vragenlijst kan de docent verwerken in een datamuur, die na het invullen overzicht biedt over het niveau van de klas.

Observeren 

Naast dat de leerlingen zelf veel informatie kunnen geven over hun niveau a.d.h.v. vragenlijsten, kan de docent de leerlingen ook observeren. Door gericht naar de leerlingen te kijken, kan de docent veel nieuwe informatie krijgen. Op de website zijn twee observatieformulieren te vinden die als handvat kunnen dienen: een observatie aan de hand van vragen en een observatieformulier dat gebruikt kan worden wanneer de leerlingen aan het lezen zijn. 

 

 

Stap 2: gegevens analyseren


Door goed naar de gegevens van de leerlingen te kijken. Kan de docent inspelen op de individuele behoefte. Welke boeken leest de leerling graag? En moet er aan bepaalde theorie nog extra aandacht geschonken worden?

 

Door alle informatie te bundelen, kan de docent een duidelijk beeld krijgen van de leerling. Naast dat de docent de informatie kan halen uit observaties en vragenlijsten kan er ook gekeken worden naar schoolresultaten. 

 

Schoolresultaten 
Wat haalt een leerling op leesvaardigheidstoetsen? Wat zijn de resultaten bij andere vaken (zoals aardrijkskunde en geschiedenis)? Ook aan de hand van deze informatie kan de docent in kaart brengen wat het niveau van de leerlingen is.

Stap 3: leerlingen laten lezen


Nu het niveau van alle leerlingen is bepaald, kan er gestart worden met lezen in de les. De docent kan aan de hand van de gegevens de leerlingen helpen bij het uitzoeken van een boek. 

  • Wat zijn de interesses van de leerling? 
  • Wat is het leesniveau van de leerling? 

Lezen voor de Lijst


niveaus 
Op de website Lezen voor de Lijst  werken ze met zes verschillende niveaus. De boeken die hierop worden aangeboden zijn onder dezelfde niveaus verdeeld. De niveaus zijn: 

  • niveau 1: belevend lezen
    De lezer moet leren lezen en ervaren dat lezen ook bevredigend kan zijn. 

  • niveau 2: herkennend lezen 
    Maakt kennis met bepaalde genres en onderwerpen en ontwikkelt bepaalde voorkeuren.

  • niveau 3: reflecterend lezen 
    De lezer wordt meegenomen naar (tot nog toe) onbekende werelden. Ook krijgt de lezer door dat verhalen een diepere betekenis kunnen hebben. 

  • niveau 4:  interpreterend lezen 
    De leerling wordt gevoelig voor stijl. Niet alleen de gebeurtenissen in het boek, maar ook hoe het verhaal geschreven is horen bij de interpretatie van het boek. 

  • niveau 5 letterkundig lezen  + niveau 6 academisch lezen
     
    De lezer beseft dat literatuur een cultuuruiting is die samen kan hangen met andere cultuuruitingen en die vanuit historisch perspectief bestudeerd kan worden. 

(bron: Lezenvoordelijst.nl) 

 

De kenmerken die bij deze niveaus horen staan beschreven op hun website

uitdagen


Theo de Witte heeft onderzoek gedaan naar de effectiviteit van literatuuronderwijs. Uit de resultaten bleek dat leerlingen die boeken lezen die net buiten hun comfortzone liggen de meeste ontwikkeling lieten zien. 

 

Leerlingen kiezen graag boeken van schrijvers en genres die ze al kennen. Het gevaar is dat deze leerlingen in hun comfortzone blijven en dus bijna geen ontwikkeling doormaken. Om deze ontwikkeling te stimuleren is het belangrijk dat het niveau in de zone van naaste ontwikkeling ligt. 

 

Hoger niveau 

Wanneer kunnen leerlingen uitgedaagd worden om een een boek uit een hoger niveau te gaan lezen? 

 

Meestal geven leerlingen zelf aan dat ze toe zijn aan een ander niveau, daarnaast kan de docent de leerlingen ook uitdagen. Dit kan bijvoorbeeld wanneer een leerling al een tijdje op hetzelfde niveau leest of wanneer de leerlingen aangeven niet meer zoveel te leren van de verwerkingsopdrachten.

Opdrachten 
Voor veel leerlingen werkt het motiverend, wanneer er een opdracht wordt gedaan bij het boek. Dit kunnen boekpresentaties zijn, maar ook creatieve opdrachten. Door de leerlingen aan het werk te zetten met het boek, moeten ze goed nadenken over het o.a. de personages, ruimtes en ontwikkelingen. 

Tips


  • Gebruik een timer op het bord, zodat de leerlingen weten hoe lang ze moeten lezen. Leuke en simpele timers zijn te vinden op de website: schoolbordportaal.nl .
  • Geef de leerlingen een bladwijzer, zodat ze bij kunnen houden waar ze zijn gebleven. De docent kan zo ook zien hoeveel er is gelezen. Download de bladwijzer hier
  • Naast dat de docent de leerlingen kan inspireren om boeken te gaan lezen, kunnen mede-leerlingen elkaar ook enthousiasmeren. Een leuk voorbeeld is om te gaan boekdaten met de leerlingen. Bekijk hier een mooi voorbeeld van Malmberg