Referentieniveaus


Waarom is het belangrijk om tijdens de fictielessen rekening te houden met de verschillende referentieniveaus? 

 

Deze niveaus zorger ervoor dat er een doorlopende leerlijn is vanaf de basisschool tot de beroepsopleidingen. Door deze doelen als uitgangspunt te nemen, werken alle leerlingen in Nederlands aan dezelfde doelen. 

 

Door deze doelen naast de bijv. fictieprojecten te leggen, weet je zeker dat de leerlingen aa nde juiste doelen werken. 

 

 

 

 

 

Klik om te vergroten. (bron: Taalenrekenen.nl)
Klik om te vergroten. (bron: Taalenrekenen.nl)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de kerndoelen van de vier verschillende referentieniveaus staat voor elk opleidingsniveau beschreven wat een leerling moet kunnen en weten om het niveau voldoende af te sluiten. De docent kan de lesdoelen afstemmen op deze kerndoelen, zodat er altijd naar het juiste niveau wordt gewerkt.

 

Hieronder staat een uitleg hoe elk niveau benoemd wordt en een voorbeeld hierbij. Voor meer informatie over referentieniveaus en de kerndoelen verwijs ik naar de website van Taalenrekenen.nl.

 

 

Klik op de afbeelding om te vergroten.  (Bron: Taalenrekenen.nl)
Klik op de afbeelding om te vergroten. (Bron: Taalenrekenen.nl)

Referentieniveaus en Lezen voor de Lijst

Lezen voor de Lijst werkt met verschillende niveaus. Welk niveau hoort bij welk leerrichting? Hieronder staat een overzicht: 

  • 2F (eind 4 vmbo) (uitgezonderd bb) minstens N2 (12 t/m 15/ 15 t/m 19 jaar)
  • 2F (eind onderbouw havo/vwo) minstens N2 (12 t/m 15/15 t/m 19 jaar)
  • 3F (eind 5 havo) minstens N3 (15 t/m 19 jaar)
  • 4F (eind 6 vwo) minstens N4 (15 t/m 19 jaar)

(bron: Lezenvoordelijst.nl)